“Jazz is niet dood, maar je moet dat mensen wel laten weten.”
Contrabassist Jurriaan Dekker (22, pas afgestudeerd aan het Tilburgs Conservatorium) wil zijn band laten inspireren door uiteenlopende Nederlandse jazzmusici en daarmee een nieuw publiek bereiken. De geijkte jazzpaden voldoen niet. “Als je er al doorheen komt bij een jazzpodium sta je voor een oud publiek te spelen.” Zijn Vers-project krijgt een jonge uitstraling.
Door Koen Schouten
“Het is niet zo moeilijk om een droomband samen te stellen met bekende muzikanten. Als je betaalt komen ze. Maar het is tijdelijk. Als het geld op is en het project afgelopen, dan blijf je alleen achter en is het maar de vraag of je er wat aan hebt. Ik wil door kunnen. Vlak nadat ik een aanvraag had ingediend voor het Vers-project had ik een repetitie met een club goeie bekenden: saxofonist Joris Posthumus, pianist Jacob Bedaux en drummer David Vandermaessen. Toen wist ik het: deze groep moet de basis zijn. We vullen elkaar aan. Het klikt.
*Wat ik vooral wil is heel veel spelen, met musici uit verschillende hoeken. Financieel hoef ik er niet wijzer van te worden, muzikaal wel. Een vaste avond in Tilburg, met elke maand een andere gast, dat lijkt me een mooie opzet. Dat mag absoluut geen veredelde sessie worden. Geen standards, maar eigen composities van het kwartet, voor een groot deel gemaakt door Joris en Jacob. En eventueel iets dat de gast meeneemt.
*Het project moet een jonge uitstraling hebben. Ik wil niet zonder nadenken onderduiken in die tachtig jaar oude traditie. We gaan met een vormgever werken die meehelpt de concerten op een hippe manier aan de man te brengen. Jazz is niet dood, maar je moet dat jonge mensen wel laten weten. Helaas denken de meeste bij jazz nog steeds aan bebop van vijftig jaar geleden. Maar in jazz ben je juist continu bezig met het creëren van iets nieuws. Elke uitvoering is anders. Dat lijkt me ook zo leuk aan werken met de verschillende gasten: kijken wat ze met het materiaal doen.
*Ik ben niet opgegroeid met Miles Davis en Charlie Parker. Mijn ouders luisterden naar The Beatles, The Mama’s and the Papa’s en The Kinks. Ik speelde klassiek cello, later op contrabas ook popmuziek erbij. Voordat ik naar het conservatorium ging had ik me nog maar een paar maanden in jazz verdiept. De muziek van Kenny Garrett is een inspiratie voor onze band. Bas en drums voorin het groepsgeluid, dat vind ik lekker. Ik speel ook met de singer-songwriter Daniel Versteegh in de band Bloom, laatst nog in de finale van de Amsterdamse Popprijs in de Melkweg. Het is popmuziek, maar eigenlijk geldt daar hetzelfde als voor jazz. We proberen steeds iets anders te doen. Ook na de honderdentiende keer mag je een nummer niet op de automatische piloot spelen.
*Ik ben niet zo’n prototype schnabbelbassist, ook al doe ik veel verschillende dingen. Ik functioneer het beste met mensen om mij heen die ik goed ken. Daar geniet ik ook het meest van. Hoe er op sessies muziek wordt gemaakt is meestal niet mijn manier. Ik wil op kunnen gaan in de muziek. Als ik merk dat iemand alleen noten staat te produceren om een goede beurt te maken, dan is voor mij de lol eraf. Ik vind dat niet fair. Het gaat erom samen iets moois te maken. Dat kan ik het beste met mensen die ik een warm hart toedraag.
>lees meer over Vers